Klik op het rondje voor het goede antwoord.

 

Vraag #1
De eerste condensator werd gebouwd door

A. de Duitser G. von Kleist.
B. de Engelsman M. Faraday.
C. de Engelsman Wheatstone.
D. de Nederlander Musschenbroek.

 

Vraag #2
Een condensator bestaat ..

A. twee geleiders.
B. een niet-geleider een geleider en een niet-geleider.
C. geleider een niet-geleider en een geleider.
D. een geleider en een niet geleider.

 

Vraag #3
Een ander woord voor isolator is

A. dielectricum.
B. isolatium.
C. vacuum.
D. ceramic.

 

Vraag #4
Een condensator ..

A. laat uitsluitend lage gelijkspanning door.heeft uitsluitend primaire spoelen.
B. laat uitsluitend hoge gelijkspanning door.
C. laat wisselstroom door.
D. laat wisselspanning en gelijkspanning door.

 

Vraag #5
Farad

A. Is de gewichtswaarde van de condensator.
B. is de isolatiewaarde van de condensator.
C. is de waarde van een condensator afgeleid van M. Faraday.
D. is de schijnbare weerstand van de condensator.

 

Vraag #6
De elektrolytische condensator ..

A. is van PVC plastic.
B. is van gelamineerd koper.
C. is polair.
D. is bipolair.

 

Vraag #7
Wat is geen type vaste condensator ?

A. keramische condensator.
B. tantal condensator.
C. elektronische condensator.
D. elektrolytische condensator.

 

Vraag #8
Een condensator gedraagt zich ....

A. tegenovergesteld aan een spoel.
B. net als een spoel.
C. net als een transformator.
D. tegenovergesteld aan een relais.

 

Vraag #9
De schijnbare weerstand van een condensator wordt berekend met de formule ..

A. F(2P/2Hz).
B. F/(2Hz).
C. F/(2p*Hz).
D. F*(2/Hz).

 

Vraag #10
De capaciteiten van parallel geschakelde condensatoren ...

A. worden bij elkaar opgeteld.
B. heffen elkaar op.
C. verminderen de opbrengst.
D. worden door hun aantal verdeelt.