Klik op het rondje voor het goede antwoord.

 

Vraag #1
De eerste transformator werd gebouwd door

A. de Engelsman Michael Faraday.
B. de Duitser W. Siemens.
C. de Engelsman Wheatstone.
D. de Amerikaan J. Henry.

 

Vraag #2
Up:Us=Np:Ns ...

A. is de negative inductieformule.
B. is de wisselstroomformule.
C. is de verhouding tussen wikkelingen en spanning
D. is de Teslaformule.

 

Vraag #3
Het woord transformator (latijn) betekend ..

A. omvormen, veranderen.
B. versterker.
C. sterke magneten.
D. elektromagneet.

 

Vraag #4
Een transformator ..

A. heeft uitsluitend primaire spoelen.
B. heeft minimaal drie spoelen.
C. heeft minimaal een primaire en een secundaire spoel.
D. heeft geen spoelen.

 

Vraag #5
Een transformator kan ..

A. wisselspanning omzetten in gelijkspanning.
B. uitsluitend gelijkspanning omzetten.
C. uitsluitend wisselspanning omzetten.
D. wissel en gelijkspanning omzetten.

 

Vraag #6
De transformatorkern bestaat uit ..

A. PVC plastic.
B. gelamineerd koper.
C. gelamineerd weekstaal.
D. magnetijzer.

 

Vraag #7
Een scheidingstransformator

A. levert uitsluitend laagspanning.
B. levert nooit spanning.
C. levert (secundair) evenveel spanning als dat hij ontvangt.(primair).
D. levert altijd hoogspanning.

 

Vraag #8
Een transformator met de zelfde wikkelingen primair en secundair ...

A. is een galvanische scheidingstransformator.
B. is een hoogspanningstransformator.
C. is een terminator.
D. is een laagspanningstransformator.

 

Vraag #9
1000 windingen primair,230 V en 500 windingen secundair ..

A. secundair 2300 Volt.
B. secundair 1150 Volt.
C. secundair 115 Volt.
D. secundair 230 Volt.

 

Vraag #10
1000 windingen secundair, 24 V, 240 V primair ...

A. 10000 windingen primair.
B. 240 windingen primair.
C. 24 windingen primair.
D. 500 windingen primair.