Klik op het rondje voor het goede antwoord.

 

Vraag #1
De wet van Ohm luid ...

A. P = U x R
B. U = I x R
C. I = U x R
D. R = U x I

 

Vraag #2
De intensiteit van de stroom wordt uitgedrukt in ...

A. Ampère
B. Volt.
C. Ohm
D. Watt.

 

Vraag #3
Door een weerstand van 100 Ohm vloeit een stroom van 0,1 Ampère. hoe hoog is de spanning?

A. 10 Watt.
B. 10 Volt.
C. 100 Hertz.
D. 100 Volt.

 

Vraag #4
Een 9 volt batterij voed een lampje met een weerstand van 100 Ohm. Hoeveel stroom gaat er door het lampje?

A. 9 Ampere.
B. 9 mili Ampere.
C. 90 milliampère.
D. 900 milliampère.

 

Vraag #5
De wet van het vermogen luid ..

A. U = P x I
B. U = I x R
C. P = U x R
D. P = U x I

 

Vraag #6
Welke stelling is juist?

A. James Watt is de uitvinder van de stoommachine.
B. James Watt leent zijn achternaam voor het elektrisch vermogen.
C. James Watt heeft de wet van Ohm uitgevonden.
D. James Watt is de uitvinder van de 100 Watt gloeilamp.

 

Vraag #7
Elektriciteitsbedrijven brengen de afgenomen stroom per ..

A. kilo Watt uur in rekening.
B. per kilo volt in rekening.
C. kilo ampère uur in rekening.
D. ampère uur in rekening.

 

Vraag #8
De voeding van een computer verbruikt 230 Watt.

A. De computer trekt 1 Ampère aan stroom.
B. De computer heeft een weerstand van 1 Ohm.
C. De computer trekt 0,1 Ampère aan stroom.
D. De computer heeft een weerstand van 10 Ohm.

 

Vraag #9
Het energiebedrijf vraagt 5 cent per kWh. 10 gloeilampen a 100 Watt branden 100 uur.

A. De kosten zijn 5 euro.
B. De kosten zijn 10 euro.
C. De kosten zijn 50 euro cent.
D. De kosten zijn 5 euro cent.

 

Vraag #10
Een PC verbruikt 690 Watt. Hoeveel systemen kunne op een groep van 16 Amper?

A. 10 systemen.
B. 8 systemen.
C. 6 systemen.
D. 5 systemen.