Klik op het rondje voor het goede antwoord.

 

Vraag #1
Het kleinste deel van water dat nog de eigenschappen van water draagt noemen wij?

A. Molecuul
B. Atoom
C. Protoon
D. Cristal

 

Vraag #2
Rond een atoom bevind zich een wolk van

A. fotonen.
B. protonen.
C. elektronen
D. neutronen.

 

Vraag #3
Elektronen hebben een

A. negative lading.
B. positive lading.
C. een neutrale lading.
D. totaal geen lading.

 

Vraag #4
De atoomkern bestaat uit

A. gluonen.
B. protonen en elektronen.
C. protonen en neutronen.
D. neutronen en elektronen.

 

Vraag #5
Protonen en neutronen bestaan uit

A. positronen.
B. elektronen.
C. quarks en gluonen.
D. moleculen.

 

Vraag #6
Zuurstof heet in het Latijn

A. Zuurium
B. oxium
C. oxigenium
D. hydrogenium

 

Vraag #7
Waterstof heet in het latijn

A. hydrium.
B. oxigenium.
C. hydrogenium.
D. oxiede.

 

Vraag #8
Zuiver water kent de formule

A. H2O.
B. 2HO.
C. 2H2O.
D. H2O2.

 

Vraag #9
Zuiver water is een

A. supergeleider.
B. een halfgeleider.
C. isolator.
D. een isolator als het ijs is.

 

Vraag #10
Protonen

A. zijn positief geladen.
B. zijn negatief geladen.
C. stoten de elektronen af.
D. zijn deel van de elektronenwolk.